top of page

  Mr. H.J. de Graaff, officier van justitie

Carel Henzen

Schrijver Carel Henzen werkt aan een boek met de titel:

Rook zonder vuur

Met de inzet van meer dan twee honderd rechercheurs startte op vrijdag 24 oktober 1997 de actie CLICKFONDS”, in de media omschreven als het grootste beursfraudeonderzoek aller tijden. Er werden talrijke verdachten opgepakt, er waren huiszoekingen in binnen- en buitenland.

Arrestatie op de Effectenbeurs van een prominente beurshandelaar. FIOD, OM en journalisten maakten overuren. Nederland en in het bijzonder de financiële wereld schrok op. Regering en parlement bemoeiden zich er mee. Minister van Financiën Gerrit Zalm kwam voor de televisie en de toenmalige minister van justitie mr. Winnie Sorgdrager. Beurs en effectenhandel leken ineens een poel van verderf tot schade van de schatkist en de burger. “De bendeleden” waren opgepakt en zouden worden berecht, klonk het.

22 oktober 2002 Verdachte Dirk de Groot mept de officier van justitie

mr. Joost Tonino tegen de grond

Het werd lang voorpaginanieuws met krantenkoppen als:

Fraude, valsheid in geschrifte en oplichting.

Witwassenvia de Beurs. Sinds 1985 grote

sommen geld afkomstig van drugshandel,

Heineken ontvoerders, de Hakkelaar en zijn

bende via gearresteerden, witgewassen

Bende verdacht van beursfraude. Arrestaties op verdenking van beursfraude, betrokkenheid bij een criminele organisatie. De bende wordt verdacht van misbruik van voorwetenschap, het geven van steekpenningen, heling, oplichting, valsheid in geschrifte en belastingfraude.

Witwaspraktijken ten behoeve van Hakkelaar bende, Beurs al jarenlang werktuig van criminelen - ...een facilitair bedrijf voor meerdere misdaadorganisaties in ons land.ghlighting part of me and selecting the options from the toolbar.

Rook zonder vuur speelt zich af tegen deze achtergrond van de operatie Clickfonds, Op vrijdag 24 oktober 1997 kwam deze actie van FIOD en het Amsterdamse openbaar ministerie in de publiciteit, toen de eerste huiszoekingen en arrestaties in binnen- en buitenland gecoördineerd plaatsvonden. Het werd een hype, die de media jarenlang zou bezig houden. De krantenkoppen deden ook het ergste vermoeden.

Minister van Financiën was toen Gerrit Zalm, die voor de televisiecamera er nog eens een forse schep boven op deed met zijn veelzeggende uitspraak, “dat dit waarschijnlijk nog maar het topje van een ijsberg leek”.

Wat ging er aan vooraf?

Al in april van dat jaar was de FIOD begonnen met verkenningen op een gebied, waar zij niet thuis waren. Van een concrete verdenking was nog geen sprake. Er werden gegevens verzameld, personen werden geschaduwd, telefoons werden afgeluisterd en de officier van justitie werd op de hoogte gehouden. Er was intern beraad hoe aan informatie uit Zwitserland kon worden gekomen. Zoals in de meeste verhalen is de ontknoping in de aanvang van het verhaal te vinden. Dat is ook in dit boek het geval.

Rook zonder vuur  wordt vooral een menselijk verhaal, met als hoofdpersoon, Dirk de Groot, die al meer dan veertig jaar in Zwitserland woont. Andere op de voorgrond tredende personen in dit meeslepende, vaak verbijsterende boek zijn o.a.de officieren van justitie mr. Henk de Graaff en Joost Tonino, de FIOD ambtenaren Marcel Pheijffer, Rob Paumen en Edwin van Dijk en de advocaten Paul de Kerf, Victor Koppe en Dr. Britta Böhler en de Zwitserse advocaat Victor Benovici.

Carel Henzen neemt de lezer bij de verkenningen vooraf en volgt de hoofdpersoon Dirk de Groot in zijn onmacht, frustraties en worsteling tegen wat hij als een groot onrecht heeft ervaren. De lezer wordt meegenomen in een vaak adembenemende loop van de gebeurtenissen van ambtelijke geslepenheid, opsporingsmethoden. arrestaties, huiszoekingen, verhoren, liefde, verdriet, teleurstelling, vriendschap en een tomeloze strijdlust voor waarheid en rechtvaardigheid. De schrijver laat de lezer de eenzame opsluiting meebeleven, vernederingen tijdens het voorarrest, gewetenloze ambtelijke tegenwerking, meineed en valsheid in geschrifte van overheidsdienaren en spannende terechtzittingen.

****

Voordat hij opstond, lag Dirk in bed nog even te mijmeren. Vandaag was hij jarig. 71 jaar was hij geworden. Meestal kwam er als ze op zijn verjaardag in Nederland waren, veel koffiebezoek. Vandaag zou dat anders zijn, want hij moest om 1 uur op de rechtbank zijn. Dan zou hij de uitspraak van de rechtbank kunnen horen op de preliminaire verweren. Misschien wordt het wel een dubbele feestdag, dacht hij. Het kon toch eigenlijk niet anders, dan dat het OM ook in zijn geval niet ontvankelijk zou worden verklaard. Dezelfde feiten als in het proces tegen Leemhuis & Van Loon B.V. golden toch ook in zijn geval. En daar bovenop was er nog een flink aantal andere, héél steekhoudende argumenten aangevoerd. Ineke werd wakker en ze feliciteerde hem.

Nadat hij gedouched en geschoren was, keek hij uit het slaapkamerraam naar het weer. Het was een bewolkte dag. Hij koos een donkerblauwe broek en een donkerblauwe gestreepte blazer met een zijden das.

Bauke belde uit Hannover en feliciteerde hem. “Ik had er vandaag graag bij geweest pa”. In de loop van de ochtend kwamen er nog een flink aantal telefoontjes. Ineke en hij dronken nog een kopje expresso en toen werd het tijd om te gaan. Ze wilden de trein van twintig over twaalf vanuit Naarden-Bussum nemen, dan zouden ze op tijd in de rechtbank zijn. Allebei waren ze gespannen. Treinkaartjes hoefden ze niet te kopen, want Dirk had ze al op voorraad aangeschaft met voordeelurenkorting. De trein was op tijd.

Toen ze naar de draaideur van de rechtbank liepen, werd Dirk aangesproken door een jonge vrouw, die zich voorstelde als Mariëlle Bakker. Ze was verslaggeefster van RTL. De rechtbankpresident had toestemming gegeven voor het maken van televisieopnames. Dat is niet vanzelfsprekend, dacht Dirk.

“Wat verwacht u van het vonnis mijnheer De Groot?”

“Ik denk, dat er een goede kans is, dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard wordt.

De in preliminair aangevoerde argumenten zouden hiervoor toch wel overtuigend genoeg moeten zijn. Het zijn dezelfde rechtsgronden, waarop vorig jaar het OM niet ontvankelijk werd verklaard in het proces tegen Leemhuis & Van Loon; en er zijn de rechters nog meer, sterke feiten voorgehouden”.

Ze liepen samen naar binnen. Dirk melde zich aan de bali en ze konden doorlopen naar de rechtszaal. Het tussenvonnis zou in de grote “witte zaal” uitgesproken worden. Ze liepen de brede trap naar boven op en daar voor de deuren links was al een grote menigte aanwezig, die wachtte, om tot de rechtszaal toegelaten te worden. Dirk herkende mr. Schreuders, de advocaat van Adri Strating en er waren veel mediaverslaggevers, die onderling druk in gesprek waren en de kansen afwogen. Haast iedereen rekende op niet ontvankelijkheid. Dirk zag hoe zijn zwager Ruud en Marly haastig de trap opkwam. Ze kwamen rechtstreeks van Schiphol . Hij zocht tussen de menigte naar Paul de Kerf. Ze vonden elkaar en Paul ging links in de hoek voor de zaalingang z‘n toga aantrekken. Tussen al die mensen hipte een druk doenerig jong vrouwtje. Ze was nu met parketwachters in gesprek. Ze leek in het gerechtsgebouw een functie te hebben.

Zijn zaak werd afgeroepen en de vrouwelijk parketwachter posteerde zich voor de nog gesloten ingang en gaf aanwijzingen. De menigte stroomde naar binnen . Dirk ging rechts vooraan zitten naast zijn raadsman. Als altijd was het er koud. Links en rechts voor de tafel van de rechters brachten de cameramannen hun apparatuur in stelling. Achter in de zaal had de parketsekretaris Jouke Barendsen, plaats genomen. Hij was de stille kracht van de officier van justitie. Ook dat bedrijvige justitievrouwtje kwam naar binnen. Ingrid Strating ging links van Ineke zitten. Ruud en Marly vonden een plaats op dezelfde rij Toen klonk de aankondiging: “de rechtbank!” De gesprekken verstomden en iedereen ging staan. De rechters kwamen binnen met de griffier en de officier van justitie. Die nam plaats op het podium achter zijn katheter.

Hij keek zelfverzekerd de zaal in. Misschien kent hij de uitslag al, dacht Dirk.

     “Gaat u zitten” zei de rechtbankpresident.

Hij monsterde de aanwezigen en zijn blik ging kort naar de televisiecamera‘s links en rechts.

Hij nam een bundel papieren in de hand en begon:

     “Het is een lang vonnis”

Snel bleek, dat de rechters het niet eens waren met de raadsman en dat de FIOD ambtenaren toch bevoegd waren geweest tot het inzien van het belastingdossier van Van Meer James Capel. Wel stond in het vonnis, dat coderekeningen, waarbij de identiteit van de rekeninghouders was afgeschermd, op zichzelf niet strafbaar zijn. Ja, er was wel degelijk een redelijk vermoeden van schuld ex artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechters vonden ook, dat het niet aannemelijk was geworden, dat de Zwitserse autoriteiten zouden zijn misleid.Dirk werd ongerust. Dit ging niet de goede kant op. De verslaggevers keken elkaar verwonderd aan.Mr. Mastboom kwam nog met een wel hele aparte stelling. Ze vonden: “Van de justitiële autoriteiten van een staat waarmee Nederland een rechtshulprelatie onderhoudt mag ook worden aangenomen, dat zij in staat zijn bij de beoordeling van een buitenlands rechtshulpverzoek de eigen belangen adequaat te behartigen”.

Dìt is absolute onzin, dachte Paul de Kerf meteen.

De verslaggevers wierpen elkaar veelbetekenende blikken toe.De rechtbank erkende, dat in het rechtshulpverzoek aan Zwitserland de uitspraak van de Klachtencommissie onjuist was weergegeven, maar volgens de rechters had dit voor de beslissing, om het verlenen van de rechtshulp geen invloed gehad.

Paul de Kerf schudde z‘n hoofd en mompelde:

      “deze rechtbank wil niet”.

De rechtbank erkende, dat de vermeende betrokkenheid van Bernard Michielse bij de in het rechtshulpverzoek genoemde ondernemingen onjuist., maar dat de Duitse tekst nu juist niet onjuist zou zijn. Niemand, die dit begreep.

Ook was de rechtbank het met de raadsman eens, dat wat over het beheer van de portefeuille door Leemhuis & Van Loon in het rechtshulpverzoek stond, onjuist was. Al met al stelde de rechtbank vast, dat het rechtshulpverzoek op een aantal punten onzorgvuldig was geformuleerd, maar dat ze vonden, dat het voor de beslissing van de Zwitsers niet van belang was geweest.

Paul de Kerf kreeg ook gelijk, dat op goed geluk zoeken naar bewijs, “Beweisausforschung” in Zwitserland niet is toegestaan. Maar daar was in deze zaak volgens de rechtbank toch helemaal geen sprake van?

De rechtbank handhaafde in dit vonnis wel de overwegingen in haar vonnis van 22 juni 2001 tegen Leemhuis & Van Loon:

Een onjuiste Duitse vertaling van het rechtshulpverzoek, verregaande slordigheid en onachtzaamheid ten aanzien van de officier van justitie zelf en de rechtbank “tilde zwaar” aan het kennelijk gemak waarmee “opsporingsambtenaren onder ede” zaken verklaren, waarvan ze weten of kunnen weten, dat die niet juist zijn.

Het werd de officier van justitie ernstig aangerekend. Dirk kreeg weer een beetje hoop. De rechtbank is het er ook mee eens, dat een aantal omschreven vertragingen voor verdachte onnodig belastend zijn geweest. De conclusie van de rechters is, “dat de redelijke termijn is overschreden:”

Voor een deel gaven de rechters ook toe, dat verdachte door onzorgvuldige uitingen naar de media toe, in zijn belangen is geschaad.

Er komen nog meer verzuimen van het OM aan de orde, het gelijkheidsbeginsel en nietigheid van de dagvaarding, het voortijdig gebruik van informatie, die met Zwitserse rechtshulp was verkregen. Voor een deel geeft de rechtbank de verdediging gelijk, maar stelt tevens, dat een en ander voor de verdachte niet nadelig was. In het vonnis is sprake van “een vrij chaotische gang van zaken “ bij de officier van justitie. Processtukken werden de raadsman verkeerd, niet, of wel èrg laat toegezonden. Maar dat gebeurde niet met opzet, aldus de rechtbank. Eigen schuld vonden de rechters bovendien, had de raadsman de stukken maar op het parket zelf moeten gaan inzien. Maar de rechtbank zei òòk,

“dat een opeenstapeling van omissies en onzorgvuldigheden – als een grove nalatigheid aan de zijde van het OM – gevolgen kunnen hebben voor de ontvankelijkheid van de officier van justitie”.

Toen Dirk dit hoorde, veerde hij op......

Mastboom vervolgde

“..doch alleen wanneer zou worden aangetoond dat hiermee enig belang van verdachte is geschaad. Dit nu is de rechtbank niet gebleken”.

Nee, de rechbank erkende ten minste zeven gebreken in het vooronderzoek en de kwalijke gang van zaken ten aanzien van het gebruik van de ambtseed door opsporingsambtenaren en rond de vertaling van het rechtshulpverzoek, hoe zwaar de rechtbank daaraan ook tilde, maar de verdachte was hierdoor niet erg geschaad.

Dirk was door deze constatering van de rechtbank volslagen van zijn stuk.

Was hij dan niet geschaad, door de onder ede nota bene, afgelegde valse getuigenissen?


De rechters stonden op en verlieten de rechtszaal. De officier van justitie verliet dit keer niet als gewoonlijk ook de rechtszaal, maar hij bleef nog nagenietend zitten.

In de rechtszaal ontstond een luid geroezemoes. Jouke Barendsen, de parketsecretaris was dik tevreden. Mr. Joost Tonino zichtbaar ook.

Ongelovig en onthutst zat Dirk op z‘n stoel. Dit is een kille en vijandige rechtbank, ging door hem heen. Hij was ontgoocheld. Hij kreeg het vonnis aangereikt. Paul de Kerf borg zijn exemplaar in z‘n tas. De mensen liepen druk pratend en gesticulerend de zaal uit. Ineke had met stijgende verbazing en grote verontwaardiging de uitspraak aangehoord. Ze liep naar voren.

     “Ben je niet héél boos” hoorde Dirk haar achter zich zeggen.

Hij schrok op, hoorde de trilling en emotie in haar stem. Hij wilde haar troosten en keerde zich naar haar om. Toen keek hij recht in het triomferend gnuivende gezicht van mr. Tonino. Alsof hij hun uit stond te lachen!

     “Wacht even”, zei Dirk snel tegen Ineke en sprong uit z‘n stoel.

Paul de Kerf schrok van deze plotselinge actie. In Dirk was iets geknapt. Hij rende naar voren, langs de tafel van de rechters, naar de nu verbaasd kijkende officier van justitie. De NOS cameraman richtte meteen zijn lopende camera.

     Hier ging iets gebeuren!

Dirk haalde met z‘n rechterarm veruit naar rechts, de vuist gebald en hij gaf de officier van justitie een ferme vuistslag in het gezicht. Joost Tonino viel naast het podium op de grond en hield z‘n beide armen beschermend boven z‘n hoofd. Dirk beukte door. Hij voelde de stof van Tonino‘s toga in z‘n vingers. Het maakte hem ràzend!

     “Dirk, Dìrk” riep Ineke.

Dirk hoorde haar niet. Al zijn woede van vijf jaar kwam er uit. Het onrecht, het verdriet, Ate‘s dood, Ineke, die het allemaal maar had moeten verdragen. Hij bleef op Tonino inslaan. Die verzette zich niet. Dat is geen kérel, ging het door heen. Wéér kreeg Tonino een dreun.Ruud had het met verbijstering aangezien. Zò kende hij zijn zwager helemaal niet. Dit gaat niet goed, dacht hij en liep naar voren. Ook Paul de Kerf was opgesprongen en liep met hem mee. Ruud sloeg zijn armen van achteren om Dirk heen en zei,

        “Dirk nou is het wel genoeg.” Dirk liet zich gewillig meevoeren.

        “Hier zult u nog spijt van krijgen” wist Joost Tonino nog op de grond liggend, er uit te krijgen.

Dirk wilde z‘n aktentas met het vonnis ophalen en liep naar de plaats, waar hij het vonnis aangehoord.

Mariëlle Bakker van RTL kwam naar hem toe.

         “Waarom de officier van justitie, mijnheer De Groot, en niet de rechtbankpresident?”

“Het gaat niet om het vonnis en niet om de president, het gaat om Tonino!”

Joost Tonino was ondertussen overeind gekrabbeld, schikte zijn toga enigszins en riep geagiteerd naar de cameraman:

         “Wilt u dit niet filmen!”

         “Wilt u dit niet uitzenden” riep Tonino nog eens.

De cameraman liet zich niet storen en filmde door.

Toen beende Tonino hoorbaar briesend met grote passen de rechtszaal uit........

cedo nulli

Het onderzoek naar beursfraude, begonnen in 1997 onder de codenaam Clickfonds,heeft een leger van advocaten en een groot aantal ambtenaren van FIOD en justitie jarenlang bezig gehouden. Waar ging het eigenlijk over en wat is de rechtvaardiging voor de aangerichte schade, de chaos in de financiële wereld en de meedogenloze ingreep in het leven van Dirk de Groot en anderen? Onwetendheid over de praktijk van het effectentenverkeer bij het Ministerie van financiën had zijn neerslag in de Intergiteitsnota financiële markten, die in mei 1996 door de staatssecretaris was opgesteld en daarna aan de tweede kamer werd aangeboden. In deze als de “nota Vermeend” bekend geworden beleidsnota van de regering was reeds melding gemaakt van het FIOD-bureau BBB (Bureau Beurs & Beleggingen). Deze met twee man bezette FIOD-afdeling kreeg de nauwelijks omlijnde opdracht tot fraudeonderzoek op de gebieden van het beurs- en effectenbedrijf. Maar zoals Marcel Pheijffer en Edwin van Dijk in het rapport Beurs en Beleggingen schreven was het duidelijk dat het kader van de werkzaamheden van het BBB nog niet vastlag. Veel was blijkens de slotzin van dit rapport toen nog niet duidelijk. Toch moest het onderzoek de staatskas tenmiste f 8 miljoen opleveren. Het was een volslagen willekeurige doelstelling waarvoor elke concrete aanwijzing van fraude nog ontbrak.

Omdat voor een eerste aanzet zelfs elke houvast ontbrak, greep de FIOD terug op een krantenartikel van drie jaar terug. Een krantenartikel waarin overigens geen enkel strafbaar feit stond.Uit de aanvangsproces-verbalen blijkt overduidelijk, dat slechts gedachten aan mogelijke fiscale vergrijpen van cliënten van Dirk de Groot de drijfveer was van FIOD en het openbaar ministerie. In een lezing over ”financieel rechercheren” aan de Erasmus Universiteit in januari 1998 legde Dr. Marcel Pheijffer aan de aanwezige studenten uit, dat het kraken van coderekeningen het echte doel was van de operatie clickfonds. Maar zonder inzage in de administratie van Dirk de Groot zou het onderzoek al in een vroeg stadium zijn vastgelopen. Dirk de Groot had Nederland toen al dertig jaar geleden verlaten, woonde in Zwitserland en dat land weigerde pertinent elke medewerking als de gevraagde inlichtingen een fiscaal onderzoek dienen. Dat wisten ze bij de FIOD en het openbaar ministerie uiteraard ook. Er moest dus een list worden verzonnen. Er werd toen, zoals later uit het FIOD journaal nog eens onomstotelijk blijkt, bij de FIOD bedacht, dat de medewerking in Zwitserland misschien verkregen zou kunnen worden, als er in het rechtshulpverzoek een verband werd gelegd met geld uit drugshandel, valsheid in geschrifte, witwassen en de verdenking van lid van een criminele organisatie. In die opzet is het openbaar ministerie geslaagd. In de vordering gerechtelijk vooronderzoek tegen Dirk de Groot kreeg dit voor het eerst vorm met de verdenking van het doen van onjuiste belastingaangiftes voor de omzet-, vermogens- en inkomstenbelasting van twee buitenlandse ondernemingen; het indienen van valse omzetstaten door dezelfde buitenlandse bedrijven; beurshandel met voorwetenschap; heling en lid van een criminele organisatie. Voor Dirk de Groot en zijn advocaat waren dit raadselachtige verdenkingen. Of deze verdenkingen in het Zwitserse recht mogelijk een andere betekenis zouden kunnen hebben, had bij de opstellers van de rechthulpverzoeken aan Zwitserland geen aandacht.

Het zou vijf jaar duren, voordat het openbaar ministerie, de rechters van de clickfondskamer en de raadslieden de degens voor het eerst zouden kruisen over de verschillen in rechtsopvatting. De grenzen van rechtsbeginselen als “de redelijke termijn”, waarin een strafzaak volgens de wet behandeld moet worden, bleken ook door de rechters met gemak te worden opgerekt. De gevolgen van verschillen tussen de rechtsorde in twee europese democratiën werden in de rechtszalen in Amsterdam uitgevochten. Was dat een unfaire strijd? Het behouden Nederlanderschap werd Dirk de Groot uiteindelijk noodlottig. Iedere Nederlander is voor de wet gelijk, de ene blijkt in de rechtspraktijk toch iets meer gelijk te zijn, dan de andere.

Wellicht is het boek te rangschikken onder de kategorie advocatenromans (non-fiction)

*

**

*

De rechtbank deed uitspraak op 16 januari 2003

Nabeschouwing

Omdat onvermijdelijk in het verhaal juridische uitdrukkingen en –situaties voorkomen, heeft de auteur gemeend deze voor de (vooral juridisch geïnteresseerde) lezer in een nabeschouwing nader te verklaren en ze soms in een breder en kritisch perspectief te plaatsen.. Onderwerpen, die tot nadenken zouden kunnen stemmen, als:

Wie niet weg is, is gezien! De coderekening, die er niet was

Inquisitie of justitie?

Iedere Nederlander is voor de wet gelijk, maar leden van het eigen gilde, haal je niet door het slijk.

Integriteit bij het Openbaar Ministerie

Ambtelijke onbekwaamheid of toeval?

Falende rechter-commissarissen

Afwezigheid van een kritische instelling bij minister en kamer

De scheiding der machten: is er wel een onafhankelijke, objectieve rechtspraak?

De redelijke termijn en andere termijnen: de trucendoos van justitie

De FIOD: list, leugen, bedrog en intimidatie behoren tot de bedrijfscultuur

Is belasting: roof zonder zonde?

Geen medelijden voor mensen achter de tralies

Wat doet het OM voor de belaagde burger? Belediging, smaad, laster, meineed, valsheid in geschrifte

Willekeur en oprekking van de grenzen van het nederlandse strafrecht

Hocus Pocus, locus delicti een fiktie!

Waarheidsvinding: getuigen, waarheid en willekeur

Het proces-verbaal (PV) waarheid gevonden of verzonnen?

Wettig en overtuigend bewijs?

Mishandeling, zinloos en zinvol geweld

De Nederlander in het buitenland: bewonderd, benijd en belaagd

Heeft de staat een geweten?

Het Zwitserse bankgeheim beschermt wèl de privésfeer, niet het misdrijf

Privacy perikelen

Dwalende of falende rechters?

Strafmotief voor het gerief

Frontrunners

Het kan bij rechters gebeuren, als bij slagers, die hun eigen vlees gaan keuren

Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt

Na het laatste woord valt er nog veel te zeggen.

Crisis in de rechtstaat

Straf: schuld en boete, wraak en wrok

De rechtstaat bedreigd, of bedreigend?

Het clickfondsspook

Nu, jaren later waart het clickfondsspook nog steeds rond bij het amsterdamse Openbaar Ministerie en de FIOD. Zoals de hoofdofficier van justitie in een gesprek met FEM in verklaarde “We hebben veel shit over ons heen gekregen”. Het later gevelde oordeel van de verschillende rechtscolleges was dan ook niet mals:

het openbaar ministerie werd vanaf het begin een patroon van onzorgvuldigheid verweten, onvolledige informatie van de rechter-commissaris, nalatigheid, verregaande slordigheid en onachtzaamheid en veronachtzaming van belangen van verdachten en ongenuanceerde en voorbarige informatie aan derden. Schadelijk voor verdachten en voor de strafrechtspleging in het algemeen, oordeelde de rechtbank. Voor Dirk de Groot was het van belang dat verschillende malen door de rechters werd geconcludeerd, dat “een naar Zwitsers of Liechtensteins recht erkende figuur als de Treuhand, waarin deze constructie mogelijk en rechtsgeldig is op zichzelf naar Nederlands recht geen valse weergave van de – juridische – werkelijkheid opleveveren”.

Het tanende respect voor de praktijk van de Nederlandse rechtspraak

De ambtenaren, die de Staat der Nederlanden vertegenwoordigen mogen van de burger respekt verwachten. Omgekeerd behoren de vertegenwoordigers van de Staat in de omgang met burgers en bedrijven ook fatsoenlijk te zijn en burgers en bedrijven met respect tegemoet te treden. In de rechtshandhaving is de staat monopolist en zijn gezagsdragers zouden daarom extra voorzichtig moeten zijn en zorgvuldig moeten omgaan met de belangen van burgers en bedrijven, zeker als het buitenlands ingezetenen en bedrijven betreft. Het is onwaardig voor de Nederlandse rechtsstaat als het openbaar ministerie herhaaldelijk diepe minachting vertoont voor normaal fatsoen, voor afspraken, voor de wet, het vertrouwensbeginsel ten opzichte van een buitenlandse verdragsstaat en handelt in strijd met een behoorlijke procesorde.

In het TV-programma Buitenhof (24.10.2010) zei de president van de Hoge Raad mr. G.J.M. Corstens dat rechters respect verwachten ten aanzien van hun optreden en uitspraken. Dat lijkt een redelijke wens. Maar is het redelijk, dat een officier van justitie een verdachte in de rechtszaal wel voor alles en nogwat mag uitmaken en de president van de rechtbank het de verdachte verbiedt, om (in alleszins behoorlijke bewoordingen) te wijzen op tekortkomingen en laakbaar handelen van de officier van justitie?

De president van de Hoge Raad der Nederlanden leek zich meer zorg om respect voor de rechtelijke macht te maken, dan om het funktioneren van de de Nederlandse rechtspraak en het handhaven van de fundamentele beginselen van de rechtstaat.

Het kan bij rechters gebeuren, als bij slagers, die hun eigen vlees gaan keuren.

De clickfondskamer is een aantal malen gewraakt. Er was geen vertrouwen in de objectiviteit van de rechters. Tijdens het gerechtelijk booronderzoek (gvo) onder leiding van de rechter-commissaris, kunnen op verzoek van de verdediging getuigen worden gehoord. Als zo`n verzoek wordt afgewezen , kan de raadsman in beroep bij de raadkamer. Als die de eis ook afwijst, kan de advocaat proberen de getuige nog te laten oproepen tijdens de rechtszitting. Het zijn dus deze rechters, die uiteindelijk beslissen. Nu waren de rechters van de raadkamer dezelfde, als van de rechtbank. Het màg van de wet, maar er ontstond toch een ongemakkelijke situatie, waarin de schijn van onbevangenheid verdwenen was. Feit is, dat er bij de clickfondskamer geen enkele bereidheid bleek voor wat de verdachte en de verdediging naar voren bracht over het toepasselijke zwitserse recht. Elke toelichting van verdachte en verdediging werden genegeerd of gebagaatelliseerd. De openlijke twijfel over de onpartijdigheid van de Amsterdamse rechtbank heeft de verhoudingen in de beursfraudezaak op scherp gezet.

Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt.


Een andere opzienbarende wraking werd gedaan door mr. Victor koppe, als raadsman van Dick Du Cloo, één van de vervolgde directeuren van Strating Effecten. Partijdigheid is wel de ernstigste beschuldiging, die een rechter kan overkomen. Voor de financiering van de opsporing en de clickfondskamer was er uit den Haag een speciaal hiervoor vrijgemaakte geldstroom. Sturing van de rechtelijke macht, leek het, al was het indirect! Die door minister Zalm vrijgemaakte middelen bleken ook nog eens de reden te zijn geweest, om de rechters van de raadkamer, dezelfde te laten zijn, als die van de rechtbank. Dat leek efficient. Al lang werd er gefluisterd, dat de lange arm uit Den Haag richting gaf aan het optreden van de rechtbank Een zweem van gebrek aan onbevangenheid is om de clickfondsprocessen blijven hangen.

Privacy perikelen

In het Nederlandse – en het Europese recht is de bescherming van persoonsgegevens geregeld. Privacy ( in Nederland meestal op de Amerikaanse manier uitgesproken) komt al gauw in botsing met andere vrijheidsrechten, als de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. De rechter moet telkens een afweging maken tussen persvrijheid met de vrije nieuwsgaring en het privacyrecht van een verdachte. Verdachten van een wetsovertreding worden in de nieuwsmedia meestal aangeduid met initialen. Als dit een bekende Nederlander is wordt de identiteit toch snel bekend, zeker als functie of woonplaats bekend worden. Foto`s van gearresteerden worden in de media meestal voorzien van een zwarte balk over het gelaat. Voor televisieuitzending komen de beelden vaak met een onherkenbaar gemaakt uiterlijk of stem. In de rechtszaal mag niet gefotografeerd of gefilmd worden zonder toestemming van de rechtbankpresident en de verdachte. Getekende afbeeldingen mogen daarentegen weer wel. De logica van dit alles is maar moeilijk te doorgronden: Terechtszittingen zijn openbaar. Iedereen mag er toeschouwer zijn en kan dus een verdachte zien en horen. Dat iemand, die zelf niet aanwezig kan zijn geen gefotografeerde of gefilmde beelden mag zien, is moeilijk te begrijpen. Aanvankelijk werd ook Dirk de Groot in de media aangeduid met zijn initialen. Maar in samenhang met de redactionele toelichting van de omstandigheden, was het iedereen, die hem kende, duidelijk, dat het om hem ging. In Zwitserland was een bericht over de Hollandse Treuhänder uit Igis al voldoende, om te weten, dat het Dirk de Groot betrof. De eerste foto`s waarop hij herkenbaar was, verschenen in December 1997 in de Telegraaf en het NRC Handelsblad. De Telegraaffoto vertoont Dirk de Groot en zijn Nederlandse advocaat Paul de Kerf bij het verlaten van de auto. Beiden waren onwetend van de opname. De goed gelijkende foto van Dirk de Groot in het NRC Handelsblad was genomen door de Nederlandse fotograaf van het regionale nieuwsblad Die Süd Ost Schweiz. Geen toestemming gaf De Groot voor publicatie in de Zwitserse pers. Daar hebben ze zich in Zwitserland keurig aan gehouden. Niettemin werd hij ook in Zwitserland in zijn woongebied en onder vakgenoten meteen herkend. In de eerste week van december 1997 nam RTL in het advocatenkantoor van Rechtsanwalt V. Benovici te Chur een gesprek op met Dirk de Groot en zijn Nederlandse advocaat mr. De Kerf. De beelden werden met opnames, die eerder die dag in de buurt waren gemaakt, dezelfde dag in het avondnieuws uitgezonden. Daarna was er het gesprek in het TV-programma Buitenhof op zondag 7 december . Dirk de Groot had het standpunt ingenomen: “ Ik heb niets te verbergen, dus ik hoef niet afgeschermd te worden”. Voor de uitspraak van het tussenvonnis na preliminair verweer op zijn verjaardag in october 20002 had de president van de rechtbank mr. Maarten Mastboom aan twee televisie cameraploegen toestemming gegeven te filmen. De zeker beoogde triompf van de officier van justitie mr. Joost Tonino werd een debakel na een stevig pak slaag, dat hij van de verdachte in de rechtszaal moest ondergaan. Zijn roep dit niet te filmen vond geen gehoor en zo konden de toen spraakmakende beelden bij herhaling op alle zenders gezien worden.

Na het laatste woord valt er nog veel te zeggen.

Aan de verdachte wordt op straffe van nietigheid het recht gelaten om het laatst te spreken (art. 311.5) Hij mag het laatste woord uitspreken, zonder hierbij onderbroken te worden.Art. 10 EVRM garandeert de verdachte daarbij het vrije woord van meningsuiting.

Het schijnt niet zo vaak voor te komen, dat een verdachte bij die gelegenheid uitvoerig ingaat op de telastelegging en de procesgang. Dirk de Groot deed dit wel. Dit tot zichtbaar ongenoegen van de officier van justitie. De president van de rechtbank ving de signalen van de officier op, onderbrak het betoog van Dirk de Groot met een waarschuwing. Dirk was toen net begonnen om zakelijk het laakbare handelen van het O.M. In herinnering te roepen. Hij kon daar onmogelijk kwaad in zien en vervolgde onverstoorbaar zijn relaas, waarop de voorzitter hem het woord ontnam

In de tv-uitzending Buitenhof op zondag 8 februari 2009 constateerde de columnist Max Pam:


Mishandeling, zinloos- en zinvol geweld

Dirk de Groot werd in december 2003 door de politierechter mr. P.Bender wegens mishandeling van de officier van justitie mr. Joost Tonino veroordeeld tot één maand voorwaardelijke gevangenisstraf en € 1000,-- boete. De officier van justitie mr. B.L.Mac-Lean had twee maanden cel geëist en sprak van “toenemend geweld tegen autoriteiten” en “een onverhoedse aanval”, waarbij acht keer was gestompt.

Toen de straatrover, die de Arnhemse juwelier Henk Helldorfer in de Bakkersstraat met geweld wilde beroven, voor de rechter stond, kreeg deze recidivist slechts een voorwaardelijke straf van € 750,-- boete. De juwelier was door hem lichamelijk behoorlijk toegetakeld en was hiervoor onder doktersbehandeling geweest. Hij bleef met de pijn en een onbevredigend rechtsgevoel zitten.

Er zijn nogal wat gevallen bekend geworden, waarin iemand een rover met geweld wilde hinderen aan de beroving of een diefstal en vervolgens zelf in de politiecel belande. Het slachtoffer werd tot dader en veroordeeld (wegens buitensporig geweld) .

Staatssekretaris en voormalig officier van justitie mr. Fred Teeven heeft aangekondigd, dat het vervolgingsbeleid wat milder zal worden voor de burger, die zelf lijf en goed met geweld moest verdedigen. In geval van verdediging in een levensbedreigende situatie kan er sprake zijn van noodweer (noodweer exces) en mag men zich (ook met geweld) verdedigen. In Frankrijk heeft de rechter, anders dan in Nederland, begrip voor een mishandeling of doodslag als gevolg van een heftige emotie in bij voorbeeld een liefdesrelatie (crime passionnel).

De reflexhandeling van Dirk de Groot met slaag voor de officier van justitie na afloop van de zitting, was òòk een actie als gevolg van een heftige emotie. Aan een dergelijke impulsieve handeling gaat geen enkele verstandelijke gedachte vooraf. De gewraakte actie was irrationeel. De Nederlandse rechter heeft hieraan geen boodschap. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie mr. L.A.J.M. de Wit was evenals het slachtoffer mr. Joost Tonino van mening, dat de “gewraakte feiten eerder het openbaar minissterie als geheel raken dan de vertegenwoordiger van de persoon van het openbaar ministerie op de zitting”. In de rechtspraktijk wijzen rechters meningen altijd af: in de rechtszaal gelden slechts feiten.

De staat heeft praktisch het monopolie voor het toepassen van geweld. Als bij een grootschalige ordeverstoring de politie met wapenstok en traangas de ordeverstoorders uit elkaar drijft heet dat toelaatbaar en is dus zinvol geweld. Als er bij zo`n gelegenheid door de politie wordt geschoten en een al of niet verdwaalde politiekogel doodt iemand, is het dan nòg zinvol politiegeweld? Is er beeldmateriaal beschikbaar, dan vergemakkelijkt dit later het uitzoeken. Anders moet justitie proberen met getuigen een enigszins helder beeld over de toedracht te krijgen. Toen Dirk de Groot op zijn verjaardag in oktober 2002 in de rechtszaal uit z`n vel sprong en de officier van justitie tegen de grond sloeg, werden hiervan televiesieopnamen gemaakt, ondanks de luide protesten van de officier van justitie. De rechter beweerde later tijdens de rechtzitting deze uitzendingen niet gezien te hebben, hoewel de beelden op alle TV zenders bij herhaling uitgezonden waren. In de rechtszaal werd de opmerking van de rechter uitgelegd als wel erg ongeloofwaardig, met als enig doel het voorkomen van wraking wegens vooringenomenheid.

Maar er waren justitiemedewerkers, die getuigenverklaringen hadden afgelegd: parketsekretaris Jouke Barendsen had achter in de rechtszaal gezeten, wat volgens hem de “oranjezaal” was geweest. Datzelfde getuigde Cécile Colette van Rossum. Het incident gebeurde echter aantoonbaar niet in de oranje, maar in “de witte zaal”. Ook de officier van justitie Marianne Bloos en de hoofdofficier mr. de Wit “vergisten” zich. De conclusie is, dat in gevallen van mishandeling en geweldpleging getuigen onbetrouwbaar kunnen zijn.

Helaas kon de ooggetuige Marielle Bakker verslaggeefster van RTL niet als getuige gehoord worden. Getuigenverklaringen van politie- en andere justitiële autoriteiten worden door de rechter zwaarder gewogen, dan die van andere burgers. Het is de vraag, of dit wel terecht is.

In artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht wordt openlijke geweldpleging strafbaar gesteld. Bij openlijke geweldpleging zijn volgens dit artikel behalve het slachtoffer altijd meer personen betrokken. Is er alleen maar sprake van één dader, dan geldt meestal artikel 131 Sr. mishandeling. De vaak gebruikte aanduiding “zinloos geweld” komt overigens in de wet niet voor.

Dwalende of falende rechters?

President van de clickfondskamer was mr. Maarten Mastboom. Hij toonde zich een slecht jurist en een slechte rechter: in de uitspraak op het preliminair verweer handhaafde de rechtbank het al in een vorig proces tegen clickfondsverdachten ingenomen standpunt, maar verbond er niet dezelfde gevolgtrekking van niet ontvankelijkheid aan. De Volkskrant sprak van een mysterieuze ommezwaai .

Met Zwitserse rechtshulp verkregen bewijs zou niet voor opsporing en als bewijs in fiscaal gerelateerde verdenkingen gebruikt mogen worden. Nederland had dit uitdrukkelijk in het rechshulpverzoek aan Zwitserland toegezegd. In het rechtshulpverzoek bleken onware feiten te staan en de Duitse versie was geen getrouwe vertaling van een beëdigd vertaler. Genoeg gebreken, om geen met Zwitserse rechtshulp verkregen bewijs toe te laten.

Daar vond mr. Mastboom c.s. echter wat op. In het vonnis kwam te staan, dat de rechtbank van mening was, dat de verdenkingen voldeden aan het Zwitserse rechtsbegrip “Abgabebetrug”, waarvoor (volgens de rechtbank) wèl rechtshulp gegeven wordt. Hiermee blundert de rechtbank op een vreselijke manier:

in Nederland bestaat het begrip belastingfraude. Het Zwitserse recht heeft hiervoor drie begrippen: Steuerhinterziehung, Steuerbetrug en Abgabebetrug. Steuerhinterziehung is verzwijgen van inkomsten of vermogen, (naar Zwitsers recht geen misdrijf!) van Steuerbetrug is sprake als er b.v. valse facturen zijn gebruikt. Voor Abgabebetrug is een complex van machinaties en arglistig handelen nodig. In de wet staat, dat rechtshulp gegeven kan worden. De Nederlandse rechters gingen op de stoel van de Zwitserse rechter zitten en meenden te kunnen oordelen over Zwitsers recht. Maar zo werkt het niet.De rechtbank ging volledig voorbij aan de vaststelling van het hoogste Zwitserse rechtscollege. Het Bundesgericht oordeelde hierover al eerder: “im vorliegden Fall geht es nicht um Rechtshilfe in Zusammenhang mit einem Abgabebetrug” (arrest van 7.12.98, bldz.14/15b) Àls ook het OM de opvatting zou hebben gehad, dat –ondanks de toezegging rechtshulp niet voor belastingzaken te gebruiken- toch rechtshulp zou kunnen worden gevraagd met een beroep op Abgabebetrug , had dit in een rechtshulpverzoek aan Zwitserland gedaan moeten worden. Dit rechtshulpverzoek zou zijn beoordeeld door het ministerie van Financien en het ministerie van justitie in Bern en daarna worden de bevindingen voorgelegd aan de Zwitserse rechter-commissaris, die de rechtshulp niet moet, maar kan verlenen.

Mr. Abe was president van het gerechtshof te Amsterdam, die het hoger beroep behandelde. Mr. Abe staat bekend als een goed jurist. Veel uit het vonnis van de rechtbank werd door het hof gecorrigeerd. Maar er was alom grote verwondering, dat Dirk de Groot schuldig werd bevonden aan heling.

Om een Nederlander, die niet in Nederland woont toch te vervolgen en te veroordelen voor iets, wat hij in het buitenland gedaan heeft, is nodig dat het delict ook in het betreffende buitenland strafbaar is. Het hof ging aan deze eis voorbij. Heling is weliswaar in Zwitserland strafbaar, maar naar Zwitsers recht is het een vermogensdelict. Dat betekent, dat bij voorbeeld geld verdiend met drugshandel of prostitutie niet geheeld kan worden en ook geld “op de bank” kan niet geheeld worden. Als voorwaarde moet er bovendien sprake zijn van een concreet voorafgaand misdrijf. (vortat) Contant geld kan geheeld worden als bekend is van wie het is ontvreemd.

Maar ook in Nederland ben je pas een heler, als je weet, dat het goed afkomstig is van een misdrijf. Er was echter geen kennis, zelfs geen spoor van bewijs, dat dit ook zo was. Het geld kwam bovendien van een met naam en adres bekend Amerikaans staatsburger, zodat er nauwelijks een Nederlandse relevantie was.

In het arrest kwam te staan wettig en overtuigend bewezen. Een bewijs in abstracto.

Tussen de rechtszaken van de oorspronkelijk tot levenslang veroordeelde Lucia de Berk en Dirk de Groot bestaat er overeenkomst. In beide gevallen redeneerden de rechters “het zal wel zo geweest zijn”.


De rechtsstraat bedreigd of bedreigend?

Ondermijning van de rechtsstaat vond de politierechter Mr. P.Bender, die moest oordelen over de uitval van Dirk de Groot tegen de officier van justitie mr. Joost Tonino. Tonino werd door de getergde verdachte op zijn 71e verjaardag in de rechtszaal tegen de grond geslagen. Was de rechtsstaat door deze geweldpleging nu echt in gevaar? Welnee, de rechtsstaat kwam pas echt in gevaar, door een officier van justitie, die de ambtseed brak,overduidelijk valsheid in geschrifte pleegde en FIOD ambtenaren, die onware bezwarende verklaringen aflegden en vooral door raadsheren van het gerechtshof, die weigerden deze magistrale misstappen te vervolgen.

De auteur Carel Henzen

Carel Henzen is een nazaat van de in zijn tijd in Nederland zeer bekende beeldhouwer Louis Henzen (1843-1912) Hij kan voor zijn boek putten uit een omvangrijk procesdossier met proces-verbalen van getuigenverhoren, ambtshandelingen, telefoontaps, rechtshulpverzoeken, dagvaardingen, pleitnotities, rechtbankverslagen, vonnissen, arresten, briefwisselingen, mediauitingen en persoonlijke ervaringen van vele betrokken personen. Alle feiten in het verhaal zijn dan ook ware feiten.

Het boek wordt geen alles omvattend verslag van de gebeurtenissen, die door justitie onder de noemer CLICKFONDS naar buiten zijn gebracht. Daarvoor was het gerechtelijk onderzoek te breed en te groot, maar het laat zien wat een dergelijk gerechtelijk vooronderzoek en rechtspraak met een verdachte doet. Hoe een onbezonnen, haast roekeloze justitiële aktie, die de voormalig hoofdofficier van justitie mr. Hans Vrakking omschreef als “breed inzetten, om later te kunnen focussen” tot groot persoonlijk leed en onmetelijke schade kan leiden. Als scoringsdrift zich meester maakt van de openbare aanklagers en veroordeling het grootste doel van deze crime fighters van het Openbaar Ministerie wordt en rechters gemakzuchtig en te weinig kritisch zijn, komt de rechtstaat in het gedrang en worden rechtelijke ontsporingen wekelijkse kost in de media.

Ingang van het "Huis van Bewaring" P.I. Almere-Binnen

e-maill: carelhenzen@gmail.com

www.carelhenzen.com

tel: 06-218 57 517

Gerelateerde links:


Atjeh monument van Louis Henzen (1843-1912)

http://www.defensie.nl/cdc/bronbeek/landgoed/beelden/relief_atjeh


http:/nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_Clickfonds

bottom of page